Neem nu het afgelopen weekend. Zonder iedereen lastig te vallen met de details, ben ik er na 46 jaar achter gekomen dat ik een tweelingbroer heb: Pypken (werkelijke naam Paul). De KRO had er een mooie uitzending van ‘Spoorloos’ aan kunnen wijden hoe Pypken en ik zondagmiddag in de Stadsschouwburg tot die wonderbaarlijke ontdekking kwamen. Tranentrekkend! Wie van ons er nu het meest blij mee is, daar zijn we nog niet uit. Ik heb Pypken nog wel voorgesteld voor de zekerheid een DNA test te doen, maar daar wil-ie niet aan want hij denkt dat dat staat voor Drinkt Nooit Alcohol en zo’n uitdrukking is in huize Aertsma als vloeken in de kerk.
Maar goed, even terug dus naar het afgelopen weekend. Ons jaarlijks opwarmertje was weer het Gemintefist, waarvan een fotoverslag –live gepubliceerd!- onder deze blog al te bewonderen was.

Het was een mooi feest, het bier was goedkoop als altijd, maar op een of andere manier ontbrak de echte carnavalsstemming (zie foto). Natuurlijk, iedereen die iets heeft met het Lampegatse carnaval was weer van de partij, en plezier hebben we al snel, maar toch… ik heb leukere edities meegemaakt van het feest van de Dommelkanters. Wat ook ineens tot me doordrong is dat de eerste carnaval wordt zonder binnen te mogen roken. Afgemeten aan de drukte voor de deur van het Stadhuis, gaan we dit jaar veel plezier buiten beleven...
Voor ons was zondag weer een speciale dag. De receptie van de Stadsprins is altijd weer een leuk uitje, maar was dit keer wel erg bijzonder. Niet alleen omdat we onze opwachting maakten met onze Friese Prins Oant Moarn d’n Urste, maar ook omdat die bij binnenkomst in het Parktheater werd vastgeketend aan Rob Kamphues voor zijn programma Kamphues Boeit. Dat was dus even schrikken voor Piet, maar sportief als hij is liet hij het gewoon gebeuren. Met continu een cameraploeg in onze nek hebben we vervolgens ons middagprogramma afgewerkt. Bekijks genoeg! En er wordt ongetwijfeld weer wat afgeroddeld onder carnavallend Lampegat. “Alsof Piet Paulusma nog niet genoeg is, komen ze ook nog met Rob Kamphues aan!” Wat anderen er ook van vinden, niemand kan zeggen dat we niet ons best doen om in het nieuws te komen…
Behalve het bezoek aan Rudolfo, stond er deze zondag voor ons nog een uitje op het programma. We hadden een afspraak in Gerwen, waar de plaatselijke prins ook recepieerde (hoewel ze dat woord in Gerwen niet kennen, zoals later bleek). Het toeval wil dat ook die Prins Friese roots heeft. Een ontmoeting met onze Dorstlustige Hoogheid kon dus niet uitblijven. Als ze iets in Gerwen kunnen, dan is het wel het gastvrij onthalen van een bezoekende carnavalsvereniging. We werden er beduusd van! Maar wat ze er ook goed kunnen is ouwehoeren. Microfoons zijn in het mooie dorp waarschijnlijk een schaars goed, want als iemand er een in z’n handen krijgt, geeft-ie ‘m niet meer af. Wat kunnen ze daar lang en veel praten, zonder iets te zeggen! Nu weten we ook waar onze Vorst die gewoonte vandaan heeft…
Verder werd in de feesttent onze Gerwense vocabulaire bijgespijkerd. We kregen het complete Gerwense woordenboek over ons heen gestort: oh, oh, oh, oh, oh, oh, oh, ohoho, la,la, la, la, la, la, la, lalala, oh, oh, oh, oh, oh, oh, oh, ohoho, la, la, la, la, la, la, la, lalala.
Nadat we de tent samen met de inderhaast opgetrommelde Luc Vaessen nog even op z’n kop hadden gezet, konden we terugkijken op een mooie dag.
En nu maar wachten op zaterdag, maar da wachten duurt verrekes lang…
Oant sjen!
Pierke (tweelingbroer van Pypken)
